Boekvoorstelling “Heel Natuurlijk” van 3 mei

Als ik na bijna 50 jaar van terugkijk op dit leven, dan stel ik vast dat ik wel erg traag van begrip was. Zo ging ik als dartel kind steeds spelen in de natuur. Pas vorig jaar ontdekte ik waarom dit zo was. Enerzijds omdat ik erg speels was en licht als een vlinder. En anderzijds omdat ik er een prikkelarm milieu vond waarin ik kon helen, recupereren van teveel stress en andere invloeden. Ik was toen al heel stressgevoelig. Onbewust stelde ik dus het juiste gedrag want ik was een erg ziek kind en ook een kind dat zich niet goed kon afschermen.

Het verhaal gaat als volgt: na de zoveelste proefbehandeling in het universitaire ziekenhuis, trok mijn moeder zaliger een verpleegstersjas aan en kaapte ze mij stilletjes weg uit dat ziekenhuis. Op eigen risico. Heel moedig, want ik zou toen aan het sterven zijn geweest. Althans dat werd mij achteraf verteld, want zelf heb ik hieraan geen herinneringen. Genoeg is genoeg, zo zei ze tegen zichzelf in haar hoofd. Ik pak haar nu mee en geef haar alle liefde die ik maar geven kan. Het is dat, of ik ben ze voorgoed kwijt. Ze leerde mij terug eten. Stap voor stap. En ja, stilletjes aan ging het weer beter met mij. Iedereen was het er over eens dat zij mij had gered op dat ultieme moment. Niet dat ik dit eigengereid gedrag aan iedereen zou aanraden. Ze begon vervolgens veel te lezen over geneeskunde, alternatieve methoden. Ze verzoende het ene met het andere. Antibiotica, cortisone-preparaten en voedsel met kleurstoffen en bewaarmiddelen kwamen gewoon niet meer in huis. Vers moest het zijn. Koeienmelk was aan mij ook niet besteed want waren de problemen niet begonnen nadat een verpleegster de moedermelk had afgeraden ivm dat gevoelige velletje? Mijn moeder was een perfectioniste en zodoende, las ze alle verpakkingen en bijsluiters en alle lectuur die voorhanden was voor de grote gemene deler.

Vanaf toen kwamen er veel mensen over de vloer, want ze wilde weten wat haar mirakelmedicijn was, want als een kind dat eerst van kop tot teen vol etterend eczeem staat zo goed geneest, dan merkt iedereen dat. Het wordt doorverteld, van in West-Vlaanderen tot in de Ardennen. Er is zelfs een kapel die ineens een bedevaartplek werd door een soortgelijke miraculeuze genezing. Ook mijn moeder had veel gebeden, maar was dat volgens jou het mirakelmedicijn?

Ik denk zelf dat het vooral ‘liefde’ was en ook de ‘acceptatie’ dat je kind niet perfect is. En er waren ook wat huwelijksproblemen, dus de focus werd even verlegd naar dat zieke kind dat ineens beter werd en dat genereerde ineens nog meer positieve aandacht. Dat gevoelige kind pikt die liefde en aanvaarding ipv afwijzing en stress van de moeder uiteraard op, het voelt zich vanzelf al beter in zijn eigen gevoelige velletje. Dan begint dat kind meteen ook zichzelf te accepteren en iets mooier te vinden. Van dit zieke kind waren namelijk ook geen kinderfoto’s. Waarom dan wel van de zusjes? De positieve spiraal wordt dus ingezet en dat ziet men in het geval van een huidziekte dus meteen. Verder hoeft dit geen bewijs met bloedtesten.

Op een bepaalde leeftijd nam ik het van haar over.
Ik vond in de natuur dus altijd rust die ik zo nodig had en vanuit die rust ging ik dus ook de natuur observeren. En nog zag ik de verbanden niet. Toen ik groter werd studeerde ik tuinarchitectuur. Een impulsieve keuze want aan het eind van de vakantie wist ik eigenlijk nog steeds niet waar ik naartoe wilde met dit leven. Achteraf gezien zeker geen foute keuze, ook al vond ik niet meteen werk na het afstuderen. Ik ging dus als vrijwilliger voor een milieuvereniging. Ik tekende er vogels en stelde (mee) hun tijdschrift samen. Vervolgens wilde ik zoals hen ook weten hoe alles heette en volgde ik ook een cursus natuurgids en trok ik wederom op mijn eentje met mijn flora de natuur in om alles te kunnen herkennen.

Toen ik na enige tijd vrijwel alle namen kende van wat er in Vlaanderen bloeide of rond fladderde, vond ik dat die stoefkennis eigenlijk wel totaal zijn doel voorbij schoot. Ik kende immers de verbanden nog altijd niet en alles hing mijns inziens heel sterk aan elkaar. Daarvan was ik echt wel overtuigd geraakt. De ene factor beïnvloedde de andere. Zelfs het geringste heeft invloed. Bijvoorbeeld: Als jij in het bos rondloopt, dan hebben namelijk heel veel ogen jou gezien. Misschien neemt de ree dan ineens een andere weg. Daardoor schrikt de fazant op. De muis voelt zich bedreigd en begint terug te lopen, ze wordt ineens zichtbaar en opgemerkt en door de buizerd verschalkt… Dat is echt niet erg. Dat is gewoon natuur. Wij doen niets fout door in dat bos te gaan wandelen, want wij zijn ook deel van die natuur en bevinden ons middenin die natuurlijke cyclus van leven, eten en gegeten worden. En die kleine dieren zien ons wel degelijk als predators, wat we overigens ook echt zijn. En een muis of ree, dat is geen troetel.

Maar we zijn inmiddels ook met velen en heel erg hebberig, extreem materialistisch en nogal dwingend. We zetten alles graag naar onze hand want we kunnen dat, maar doen we dat goed? Wie zal het zeggen? Die mens vond ik dus algauw de grootste stoorzender. Kortzichtig trokken ze in de jaren tachtig bijvoorbeeld beken recht zodat de landbouwer met de groter wordende tractor wat minder diende te manoeuvreren op zijn veld, maar ondertussen vergaten ze dat het water dan sneller door de beken zou stromen, omdat de vertragende meanders er niet meer waren. En waar moesten de vissen dan paaien, waar moesten de eenden dan ongezien broeden bij gebrek aan riet en lisdodde? Hadden de vissen dan nog genoeg zuurstof bij gebrek aan kleine stroomversnellingen? Zonder dat bochtenwerk gaf dat snelstromend water na een regenbui heel veel overstromingen in de lager gelegen gebieden. Dit is een heel makkelijk voorbeeld, maar meestal is het verband tussen oorzaak en gevolg veel minder duidelijk. Er zijn namelijk veel onzichtbare verbanden en we kennen ze niet, we overzien dus ook de gevolgen niet van onze acties en goed bedoelde interventies. Soms zijn ze pas na jaren merkbaar en soms zijn we als mens gewoon niet slim genoeg om het zien om de verbanden duidelijk te maken. De natuur is slim en oneindig complex.

Ik zag ook dat iedereen het erover eens was dat we in de natuur mochten doen wat we wilden. Wij waren heer en meester over de planeet. Wij konden alles naar onze hand zetten, zomaar pakken wat we nodig hadden. Grondstoffen plunderen, ontbossen, verstedelijken, ongebreideld verkavelen. Hebben we dan geen groen meer nodig? Ik denk het wel. Ga dan maar eens op een zondag wandelen in het Terkamerenbos in Brussel of Central Park in New York. Dan zie je hoezeer van wel.

Oké, we liggen dus af en toe in een tijdlang in het hospitaal, we recupereren, hervallen, recupereren en we groeien weer verder op. Zo aanvaardde ik dat nu eenmaal, die ziekte hoorde bij me.

Inmiddels werd ik tweeëntwintig. Na het lezen van een reisverhaal van Maarten ‘t Hart, trok ik met een vriendin naar Borneo. Avontuurlijk en onverschrokken rugzaktwintigers als we waren, werden we door enkele mensen op Java op weg gezet om tot bij de Dayaks te geraken. Jazeker, we kwamen via een rivierboot en enkele oerwoudtochten begeleid door mensen uit het woud, terecht bij de koppensnellers. Animisten die de natuurelementen aanbaden, en natuurkenners door overlevering. Ze zagen ons niet graag komen en al zeker de Nederlandse pater niet die er net op bezoek was. Hij kwam om te bekeren en hij werd bekeerd, zo zei hij toen we de test doorstonden. Eerst wilde hij namelijk niet eens met ons praten. Ook hij leefde nu met parasieten in zijn buik, zo zei hij. Hij trok van stam naar stam en gaf hen medicijnen, naar Nederland hoefde hij echt niet meer. Ook antibiotica als het echt nodig was. Naar God ook niet. Hij had heel veel respect voor hun levenswijze en de eenheid in dit volk, tussen dit volk en de natuur waarvan ze namen, zonder daarin te overdrijven. Wij daarentegen met ons cameratoestel op de buik, waren een product, geïmporteerd vanuit het materialistische Westen dat zonder omzien kapot maakt wat ons als mens hoedt, huisvest en behoedt. Die onmetelijke Natuur aldus. Maar ze percipieerden ons sneller dan hij, als ‘toegankelijk en oké’ en werden getrakteerd op zwijnenvlees, geschoten met de blaaspijp. We betaalden met zakken zout. Een boeiende ervaring werd het. Mijn vriendin was nadien opgetogen over alle hebbedingetjes die ze meebracht van de locale marktjes op Java en ik kwam ook terug met een straf verhaal, maar net zo goed met heel veel ontnuchtering. De grote Mahakamrivier die we bevoeren, was bruin in plaats van groen en helder. Alle modder van de ontboste wouden stroomde in de rivier. Zelfs de oevers kalfden af. De ontschorste woudreuzen lagen er te drijven of werden weggesleept achter kleine sleepboten. Het was gigantisch en afzichtelijk. Overal hoorde je geratel van kettingzagen. Die overstemden de alarmroepgeluiden van de vogels. Deze woudreuzen waren bestemd voor Westerse consumptie. De koppensnellers, een heel vredelievend en natuurminnend volk, was duidelijk depressief en ik voelde hun verdriet. Ik begreep de oorzaak van hun lijden, ik voelde met hen mee. Wederom die gevoeligheid die ik toen nog niet hanteren kon.

Als de vogel met zijn bekje zijn eigen nestje kapot trekt, waar gaat die dan nog zijn eitjes leggen? Wanneer wij de habitat van de vogel kapot maken, waar gaat die vogel dan zijn voedsel halen? Die vogel past zich aan, aan de nieuwe omstandigheden. Hij trekt weg of hij vermindert automatisch zijn aantal. Als de bijen er niet meer zullen zijn, hoe zullen de bloemen dan worden bestoven, dan verdwijnen wellicht de planten waarvan wij onze medicijnen maken.

Oh, maar dat is vast niet zo erg zal je vast denken. Wij als mens kunnen toch alles. Dan maken we ze wel even na. Ik ken echt niet veel van scheikunde, maar zou het werkelijk kunnen dat chemische surrogaten even goed worden geassimileerd in het lichaam dan de natuurlijke? En wat met de bijwerkingen op korte of op lange termijn? Kunnen standaardmethodes en protocollen echt maatwerk bieden als we als mens zo uniek zijn en zo sterk verschillen van elkaar?

Ik werkte na mijn studies in de kampernoelenplukkerij, in de fruitteelt, waste af in restaurants, deed interims in tehuizen voor geplaatste kinderen en pedagogische instellingen voor meervoudige gehandicapten. Alles en iedereen boeide me, maar altijd slechts tijdelijk. ADHD-ertje? Ik besloot dus weer te gaan studeren. Het werd ditmaal communicatiewetenschappen want de geschreven pers interesseerde mij. Dus na mijn studies ging ik schrijven voor kranten en tijdschriften. Ecologie was algauw mijn favoriete onderwerp en het duurde niet lang of ik kreeg vaste rubrieken waarin ik gewoon schreef wat ik wou. (Tussen haakjes vandaag kan dat niet meer. Tegenover elk artikel staat een advertentie. Soms wordt een advertentie ook verpakt als objectieve info. Eigenlijk is dat gruwelijk.) Het werden lespakketjes voor scholen. Dat ging goed tot mijn opdrachtgever overleed aan kanker. Hij koos ervoor niet meer te worden behandeld, want hij kon niet meer tegen de cyclus van telkens hoop koesteren en hervallen. Mentaal gezien was dat al dodelijk. De woekerende kankercellen in zijn bloed deden de rest.

Zijn opvolger snapte niet waarover ik het had en zag mij als een nostalgische geitenwollensok. Geen nood, ik kreeg andere onderwerpen maar de ecologische boodschap sloop er ‘natuurlijk’ ongezien weer in. Ik kan het namelijk niet laten. Ik schrijf nu nog steeds voornamelijk over tuinarchitectuur, architectuur en schoonheid, wellness en bouwecologie. Via interviews laat ik mensen aan het woord en laat hen hun verhaal vertellen. Nuttige informatie met een menselijk gezicht, het zorgt altijd voor een geanimeerd verhaal. Boeken volgden automatisch. Op een keer moest ik bij Guy Laurent komen, een collega-groenjournalist en mijn co-auteur ivm een boek over historische parken in België. Hij voelde zijn einde naderen. Zij hart deed het niet meer zo goed en hij wilde nog zo graag dingen doen, enkele dingen neerzetten. Hij werd altijd erg gewaardeerd als hoogleraar en botanicus, deed zelf veel onderzoekswerk, ook op microscopisch niveau en vroeg mij om zijn laatste manuscript op punt te stellen en het boek uit te geven. Hij begeleidde me vanaf het ziekenbed. Toen het werd afgewerkt en hij de vormgever had ontmoet en zijn wensen aan hem had kenbaar gemaakt, blies hij zijn laatste adem uit. Het boek verscheen postuum. De familie vergoedde nadien de productie. Zo ben ik dus gestart, dus eerder bij ‘vreemd’ toeval.

En met de kleine uitgeverij De Groene Gedachte wil ik dus een forum bieden aan specialisten zoals hij, mensen die iets bij te dragen hebben aan het geheel. Vanuit een positieve instelling. Vanuit kennis of ervaring. Het woordje ‘groen’ verwijst naar natuur en ecologie. En ecologie heb ik doelbewust verruimd naar sociale ecologie, naar gezondheid en welzijn want alles in één. Alles hangt samen. De dingen loskoppelen is nuttig voor de wetenschap, voor hun analyses en de opbouw van hun systematiek, maar heel nefast voor ons bewustzijn. Toch als dat ontbinden in factoren, een doel op zich wordt. Ik wil dus heel graag al deze specialismen terug samen brengen zodat de onderlinge verbanden terug zichtbaar en duidelijk worden. Denk alstublieft niet dat wij met ons beperkte verstand en ondanks de grote progressie van de wetenschap, ze ooit allemaal zullen kunnen zien of ontdekken. Dat is werkelijk utopisch. Maar het groeiende besef dat men nu stilaan weet dat ze er zijn, en dat er nog veel te ontrafelen valt, dat maakt me al gelukkig. Heel gelukkig…

In het boek heb ik het dus over natuurcontact, mijn eigen ziekte-ervaring, over liefde en zelfacceptatie, want aan dat laatste moest ik ook zelf heel hard werken om helemaal te kunnen genezen. Ik denk namelijk dat ik nu genezen ben. En dat is omdat ik koppig ben blijven geloven dat de ziekte niet bij me hoorde. Dat ik dus niet ongeneeslijk ziek was, vervolgens ook niet chronisch ziek was, en zelf mogelijk in staat was tot meer dan dat dokters en specialisten mij al die tijd probeerde aan te praten. Als ik het kan, dan kunnen vele anderen hun zelfgenezend vermogen ook aanspreken en dat er meer dan een manier is, dat wordt bewezen door de interessante bijdragen van mijn coauteurs!

Daarom het boek ‘Heel Natuurlijk’!

Lezing Anne-Marijn Somers, release Heel Natuurlijk op 5 mei 2014 in kasteeldomein De Heerlijckyt te Geetbets.

Er is 1 reactie Bekijk de reacties

  1. thoelen fabienne /

    Beste Anne-Marijn,

    Jouw artikel heeft me bijzonder aangegrepen.Heb het gelezen met een lach én een traan.
    Het is voor mij een bevestiging waarin ik al zolang geloofde.Een ziekte wil jouw steeds iets vertellen.Maladie(franse vertaling voor ziekte).Mal a dit:”de ziekte heeft gezegd.”
    Wanneer we meer zouden luisteren naar de boodschap die onze ziekte wil duidelijk maken,zouden we beter in staat zijn om onszelf te helen.
    Als mens,zijn we zéér krachtige wezens.Zo jammer dat we er onvoldoende beroep op doen.

    Blij jouw recensie te lezen en te beseffen dat er nog mensen zijn met hetzelfde gedachtegoed!

Plaats een reactie